Historische achtergrond

Historische achtergrond ‘Middeleeuws Festijn op kasteel De Kelder’

In tegenstelling tot wat we op 20 en 21 mei 2017 ten tonele brengen, heeft er vrijwel zeker nooit een middeleeuwse veldslag plaatsgevonden rondom Kasteel “De Kelder”. Er zitten een hoop gaten in de reconstructie van de geschiedenis van het kasteel. En daarom: helemaal zeker kunnen we nooit zijn.

Als achtergrond voor de belegering hebben we gekozen voor de ‘burgeroorlog’ tussen de Bronckhorsten en de Heekerens. Deze strijd heeft echt plaatsgevonden en duurde van 1349 tot 1361. Aangezien de Compagnie van Cranenburgh het militaire leven van het midden tot einde van de 14de eeuw uitbeeldt, is daarom gekozen voor deze historische achtergrond.

Hoe moeten we strijd tussen de Bronckhorsten en de Heekerens plaatsen?
In de periode van de 14de en 15de eeuw was partijstrijd in het huidige Nederland aan de orde van de dag. Veel mensen kunnen zich deze strijden misschien nog wel herinneren van de geschiedenislessen op school. Enkele voorbeelden zijn bij voorbeeld: de Hoekse en Kabeljauwse Twisten in Holland, de Schieringers en Vetkopers in Friesland, de Lokhorsten en Lichtenbergers in Utrecht enzovoorts. Bijna ieder zichzelf respecterend vorstendommetje in de Nederlanden kreeg op een bepaald moment wel te maken met partij en factie strijd.

Traditioneel worden deze twisten neergezet als een strijd die samenhangt met de ontbinding van het adellijke leenstelsel, de opkomst van de steden en opvolgingsstrijd over wie zich graaf, hertog of bisschop mag noemen over het gebied in kwestie. In zekere mate klopt dat beeld wel, maar we moeten het van de andere kant ook weer niet uit zijn verband rukken.

Hoewel al deze factoren dus wel degelijk een rol spelen, ligt de oorsprong van deze twisten veel meer bij ‘down to earth’ factoren. Bijna allemaal komen ze voort uit vetes tussen de edelen. De vetes beginnen klein, dus tussen twee machtige buurlieden. Het inschakelen van vriendschapsbanden, de ondergeschikten en zogenaamde maagschappen bij deze veten kon leiden tot een koude oorlog tussen twee facties en zelfs een geweldsescalatie.
Deze facties moet men niet vergelijken met de hedendaagse politieke partijen, maar meer als een verbond van edelen, en soms ook van steden, om machtiger te staan in de gewestelijke politiek, maar vooral tegen de andere factie.

De strijd tussen de heren van Bronckhorst en van Heekeren vindt zijn oorsprong in een oorlog tussen de graafschappen Gelre en Holland enerzijds en het Sticht Utrecht anderzijds. Gijsbrecht V van Bronckhorst valt met Gelderse troepen het Oversticht, het huidige Overijssel, binnen.
Hij valt het stadje Goor aan, en ook het kasteel van Heekeren in die plaats. Stad en kasteel worden verwoest. Dit is de kiem van de vete tussen de Heekerens, die ook gegoed zijn in Gelre, en de Bronckhorsten. In de daarop volgende jaren tot 1349 woedt er dan ook een gewapende strijd, waarbij beiden het bezit van de tegenstander herhaaldelijk aanvallen.

Tot 1349 gaat het nog om een relatief klein conflict, maar dan gebeuren er diverse zaken op niveau van het graafschap. De 17-jarige graaf van Gelre, Reinoud III, heeft al jaren onder invloed gestaan van Gijsbrecht V van Bronckhorst. Maar ineens zoekt hij steun bij Frederik van Heekeren.
Daarnaast roert Eduard, het 14-jarige broertje van Reinoud III zich opeens. Hij claimt rechten op de graventitel van Gelre aangezien hij zijn rechtmatige erfdeel, onder andere het graafschap Zutphen, niet heeft ontvangen. In het kader van ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’ verbond de factie van de Bronckhorsten zich met de zaak van Eduard. Zo werd een burgeroorlog in het Gelderse geboren.

Het jaar 1351 staat bol van de militaire campagnes. Zo ondernemen de Heekerens een aanval op kasteel Bronckhorst aan de IJssel, maar deze mislukt jammerlijk. Reinoud III valt de hem afvallige steden Nijmegen en Tiel aan. Vooral Tiel verdedigt zich met verve, maar een stormaanval door de troepen van Reinoud III is succesvol. Ongeveer 145 burgers vluchten de toren van de Sint-Walburgskerk in. Reinoud moet zo woest zijn geweest op het felle verzet van de Tielenaren dat hij de stad in brand laat steken, waarbij alle burgers die de kerktoren zijn ingevlucht, om het leven komen. Dit blijkt echter voor Reinoud een brug te ver te zijn geweest, veel edelen lopen na deze schandelijke daad over naar Eduard.

Pas in 1354 vinden weer militaire acties plaats. Met steun van Nijmegen valt Eduard verschillende kastelen aan, onder andere kasteel Lent. Maar ook Reinoud boekt successen, met name door de steun van de graaf van Kleef. Zij weten Doesburg, Tiel (wederom), Venlo, Arnhem en Lobith te veroveren. Maar net als in het jaar 1351 maakt Reinoud III weer gekke sprongen. Hij weet de vrije plattelandsbevolking van de Veluwe achter zich te krijgen en laat hen vanaf de Veluwe zijn tegenstanders bedreigen. Dit werd wederom een hoop edelen te gortig en zij liepen over naar Bronckhorst. Immers, de gewapende boeren zouden ook voor hen nadelig kunnen worden.
Eduard en Gijsbrecht van Bronckhorst formeerden een leger waarin we ook Frederik van Baer, de graaf van Meurs en de heren van Homoet, Kemnade en Blaarsvelt aantreffen. Dit ridderleger trok de Veluwe in op zoek naar een veldslag met het boerenleger. Op 19 juni 1354 had dat treffen dan ook plaats. Hoewel de slecht bewapende boeren geen partij waren voor het leger van Eduard, moet de strijd ongewoon fel zijn geweest. Frederik van Baer en de vaandeldrager van de heer van Bronckhorst vonden onder andere de dood. Maar de vrije Veluwse boeren waren wel verslagen in deze slag op de Vrijenberg bij Loenen. Maar de strijd gaat onverminderd voort.

In de daarop volgende jaren volgen strijd en bestand elkaar op. In 1356 kwam er tussen de broers een verzoening tot stand, ook al zouden de edelen zelfstandig hun vetes blijven uitvechten. Overeengekomen was dat Eduard het graafschap zou gaan besturen.

Maar in 1361 wilde Reinoud III zelf weer de teugels in handen nemen, hetgeen hem opnieuw met de Heekerens recht tegenover zijn broer en diens aanhangers uit de hoek van Bronckhorst bracht. Verschillende edelen riepen nu Eduard uit tot graaf van Gelre, al snel gevolgd door de steden. Daarin was de stad Tiel natuurlijk weer één van de eersten. Wederom sloeg Reinoud III het beleg voor Tiel. Maar net voor het beleg zijn aanvang nam was Eduard vanuit Nijmegen met een legertje in Tiel gearriveerd om de verdediging bij te staan. Op gegeven moment werd duidelijk dat het leger van Reinoud III op een ongunstige plek, tussen de Waal en de Waaldijk, stond opgesteld. Een uitval van Eduard liep uit op een gigantische overwinning, waarbij Reinoud III en Frederik van Heekeren in zijn handen vielen.

Eduard liet zijn broer gevangen zetten op kasteel Nijenbeek aan de IJssel. De legende vertelt dat Reinoud door een zittend leven en teveel eten op Nijenbeek lui en vadsig werd. Tegenwoordig vraagt men zich af of hij niet aan waterzucht of een slecht werkende schildklier leed.

Eduard was nu graaf Eduard van Gelre. Toch had hij gedurende de rest van zijn regeerperiode te kampen met binnenlandse strijd en invasie van buitenaf. Hij overleed uiteindelijk vanwege een aanslag met pijl en boog, juist na de veldslag van Baesweiler in 1371.

Aangezien Eduard zonder nakomelingen stierf, moest Reinoud III weer uit Nijenbeek bevrijd worden. De legende vertelt dat Eduard zo dik was geworden, dat de deuren van Nijenbeek moesten worden uitgebroken. Hij kon er namelijk anders niet doorheen. Dat er iets medisch aan de hand moet zijn geweest, is duidelijk. Want Reinoud III kwam drie maanden na zijn vrijlating plotseling te overlijden.

De daarna volgende opvolgingsstrijd laten we buiten beschouwing in dit artikel.

Gebruikte literatuur: 
Ebbenhorst Tenbergen, E.J. van, Bronkhorst. Korte historie van stad en heerlijkheid (Zutphen 1965).

Jappe Alberts, W., Geschiedenis van Gelderland. Van de vroegste tijd tot het einde der middeleeuwen (Den Haag 1966).

Prop, G., De historie van het oude Gelre onder eigen vorsten (tot 1543) (Zutphen 1963).